Een middelgrote Belgische kMO met een drukke klantendienst merkte dat er dagelijks tientallen telefoontjes op de verkeerde afdeling binnenkwamen. De medewerkers aan de receptie waren veel tijd kwijt met het handmatig doorschakelen van bellers.
Het bestaande telefoonmenu klonk erg zakelijk en gehaast: "Druk 1 voor verkoop. Druk 2 voor boekhouding. Druk 3 voor technische ondersteuning."
Omdat de opties zo snel achter elkaar werden opgenoemd, hoorden klanten de juiste categorie vaak pas als ze al op een knop hadden gedrukt. Het resultaat was niet meer efficiëntie, maar frustratie aan beide kanten van de lijn.
Om de rust te herstellen, werd het hele script herschreven. Niet door de tekst langer te maken, maar wel door de volgorde van de informatie om te draaien en meer ademruimte in te bouwen.
Een telefoonmenu werkt als de balie van een fysieke winkel. Wanneer je een winkel binnenstapt, roept de medewerker ook niet meteen een lijst nummers naar je hoofd. Je krijgt eerst een vriendelijke goeiedag en een kort moment om te oriënteren.
Bij het herschrijven van het script stonden drie aanpassingen centraal:
- De afdeling wordt genoemd véór het nummer. Beller horen eerst "Voor vragen over je factuur..." en pas daarna "...druk 2". Zo weet de beller waar hij op moet letten voordat de actie volgt.
- Er is gekozen voor een natuurlijk taalgebruik in plaats van strakke vaktaal.
- De begroeting werd afgestemd op de dagdelen, wat meteen een warmere eerste indruk geeft.